Geschreven door: Barbara Tappermann en Julia Tappermann
LKT niet gehaald?
Gericht voorbereiden op je herkansing
Heb je de Landelijke Kennisbasistoets rekenen-wiskunde op de Pabo (LKT) niet gehaald? Dan is het logisch dat je teleurgesteld bent. Misschien had je hard geleerd, herkende je opgaven niet direct of kwam je tijdens het maken van de toets in tijdnood. Toch zegt één onvoldoende niet, dat je niet kunt rekenen of geen goede leerkracht kunt worden.
Een onvoldoende geeft vooral aan dat jouw kennis en aanpak op één of meer onderdelen nog niet stevig genoeg waren voor deze toets. Juist wanneer je je uitslag goed analyseert, kun je veel gerichter werken aan je volgende poging.
In dit artikel lees je wat je na een onvoldoende het beste kunt doen, hoe je jouw score en toetsinzage gebruikt en hoe je een haalbaar plan maakt voor je herkansing.
In het kort:
- Met een 6 of hoger ben je geslaagd voor de LKT rekenen-wiskunde.
- Je mag per studiejaar maximaal twee keer deelnemen.
- Je hoeft niet voor ieder domein afzonderlijk een voldoende te halen.
- Gebruik je scorerapport én de toetsinzage om te bepalen waar het misging.
- Kies niet automatisch het eerstvolgende toetsmoment, maar kijk eerst hoeveel oefentijd je werkelijk nodig hebt.

Eerst dit: een onvoldoende is informatie, geen eindpunt
De LKT is een brede rekentoets. Je moet niet alleen berekeningen kunnen uitvoeren, maar ook verbanden herkennen, modellen gebruiken en nadenken over reken-wiskundedidactiek. Bovendien moet je dat binnen een vaste tijd en in verschillende vraagvormen laten zien.
Daardoor kan een onvoldoende verschillende oorzaken hebben. Misschien ontbreekt er kennis van de rekenregels, maar het kan ook zijn dat je:
- te langzaam rekent;
- moeite hebt met het vertalen van een context naar een berekening;
- didactische vragen anders interpreteert dan bedoeld zijn;
- punten verliest door onnauwkeurig lezen;
- tijdens de toets blokkeert door spanning;
- te eenzijdig hebt geoefend.
De vraag is daarom niet alleen: Welke onderwerpen beheers ik nog niet?
De betere vraag is: Waardoor verloor ik punten, en welke aanpak past bij die oorzaak?
Wat betekent een onvoldoende voor de LKT
De LKT rekenen-wiskunde bestaat uit 66 vragen. Voor ieder goed antwoord krijg je één punt; een fout of niet-ingevuld antwoord levert geen punt op. Na iedere toetsafname worden de resultaten geanalyseerd en wordt de cesuur (= de zak-slaagnorm) vastgesteld. Je kunt daarom vooraf niet uitgaan van één vast aantal goede antwoorden waarmee je altijd slaagt. Je uiteindelijke resultaat wordt weergegeven als een heel cijfer van 1 tot en met 10. Met een 6 of hoger ben je geslaagd.
Je LKT uitslag bevat naast je cijfer en totaalscore ook informatie over je prestaties per rekendomein. Die domeinscores zijn bedoeld om inzicht te geven. Je hoeft niet voor ieder domein afzonderlijk een voldoende te halen en je kunt ook niet één los domein herkansen.
Let op: je mag maximaal twee keer per studiejaar aan de toets deelnemen. Een ongebruikte kans kun je niet meenemen naar een volgend studiejaar. Ook een inschrijving waarbij je niet op de toets verschijnt, telt als deelname. Controleer daarom altijd bij je eigen pabo hoeveel kansen je hebt en welke inschrijfvoorwaarden gelden.
Dit doe je in de eerste week na je uitslag
Het is verleidelijk om meteen een nieuwe oefentoets te maken of je direct voor het volgende toetsmoment in te schrijven. Neem eerst een paar gerichte stappen.
1. Bewaar je volledige scorerapport
Kijk niet alleen naar het eindcijfer. Noteer je totaalscore en de scores per domein. Maak eventueel een eenvoudige tabel waarin je per onderdeel aangeeft of je resultaat sterk, wisselend of zwak was. De vijf domeinen zijn:
- hele getallen en bewerkingen;
- verhoudingen, procenten, breuken en kommagetallen;
- meten;
- meetkunde;
- verbanden.
2. Controleer je aantal toetskansen
Vraag bij je opleiding na hoeveel deelnames je in het huidige studiejaar nog hebt. Controleer ook de deadline voor inschrijven en de voorwaarden. Schrijf je pas in als je een realistische planning hebt gemaakt om verder te oefenen.
3. Meld je aan voor de toetsinzage
De officiële toetsinzage verloopt via je eigen onderwijsinstelling en vindt plaats op landelijke inzagemomenten. Dit is een van de waardevolste stappen na een onvoldoende. Je ziet niet alleen dat je fouten hebt gemaakt, maar kunt onderzoeken welk soort fouten het waren.
4. Maak nog niet direct nieuwe oefentoetsen
Een oefentoets laat zien hoe je er op dat moment voor staat, maar lost een kennistekort of verkeerde aanpak niet vanzelf op. Analyseer eerst je fouten en werk daarna gericht aan terugkerende patronen.
Gebruik de toetsinzage als onderzoeksmoment
Ga niet naar de inzage met alleen de vraag: Welke antwoorden had ik fout? Probeer vast te stellen waarom het antwoord fout ging. Let tijdens de inzage bijvoorbeeld op de volgende situaties:
- Ik kende de benodigde rekenregel of theorie niet.
- Ik kende de theorie, maar herkende niet dat ik die hier moest gebruiken.
- Ik las een voorwaarde, eenheid of formulering verkeerd.
- Ik koos een ongeschikt model of een verkeerde rekenstrategie.
- Ik kon de berekening uitvoeren, maar begreep de didactische vraag niet goed.
- Ik wist het antwoord wel, maar maakte een invoer-, afrondings- of rekenfout.
- Ik had te weinig tijd en ben gaan gokken of heb vragen opengelaten.
Je mag tijdens een inzage geen toetsvragen overschrijven of meenemen. Dat is ook niet nodig. Noteer na afloop per foutcategorie wat je moet verbeteren, zonder de letterlijke vragen vast te leggen.
Een goede foutnotitie is bijvoorbeeld:
Bij vragen over procentuele verandering bereken ik soms het verschil, maar vergeet ik dit verschil te delen door de oorspronkelijke waarde. Ik ga deze week oefenen met het herkennen van beginwaarde, eindwaarde en verschil.
Dat is veel bruikbaarder dan: Ik moet meer procenten oefenen.

Zes redenen waarom de LKT vaak niet lukt
1. De basisvaardigheden zijn nog niet geautomatiseerd
Als eenvoudige bewerkingen, breuken of verhoudingen veel denkwerk en tijd kosten, houd je minder aandacht over voor de complexere redenering in een vraag. Je hoeft niet alles uit je hoofd te doen, maar basiskennis moet wel voldoende vlot beschikbaar zijn.
2. Je herkent de theorie, maar kunt het nog niet toepassen
Een definitie kunnen navertellen is iets anders dan deze herkennen in een nieuwe context. De LKT vraagt vaak dat je informatie selecteert, een passende aanpak kiest en verschillende stappen combineert.
3. De didactische laag ontbreekt
Je wordt niet alleen getoetst op het juiste antwoord. Je moet ook kunnen redeneren over oplossingsstrategieën van leerlingen, opbouw van leerlijnen en modellen, mee kunnen rekenen met foutieve reken strategieën van leerlingen en passend leerkracht handelen. Bij een didactische vraag is de snelste rekenmanier daarom niet automatisch het beste antwoord.
4. Je oefent te lang per onderwerp
Wanneer je twintig vergelijkbare opgaven achter elkaar maakt, weet je al welke aanpak wordt verwacht. In de echte toets moet je die aanpak juist zelf herkennen. Wissel onderwerpen daarom steeds vaker af, zodra de basis op orde is.
5. Je toets strategie kost punten
Te lang blijven hangen bij één lastige vraag, te vroeg een toetsdeel afsluiten of onvoldoende controleren op eenheden kan je score drukken, ook wanneer je de stof inhoudelijk beheerst.
6. Spanning verstoort je denken
Onder druk kun je gaan haasten, twijfelen aan goede antwoorden of eenvoudige informatie verkeerd lezen. Dat is geen bewijs dat je de stof niet kunt. Het betekent wel dat je voorbereiding ook oefening met tijd, concentratie en spanning moet bevatten.
Van uitslag naar de juiste aanpak
Gebruik onderstaande tabel als eerste diagnose. Het is geen vervanging voor toetsinzage, maar helpt je om niet lukraak te gaan oefenen.
|
Wat zie je? |
Mogelijke oorzaak |
Passende vervolgstap |
|
Lage of wisselende scores in bijna alle domeinen |
De basis en rekentheorie zijn nog niet breed genoeg opgebouwd |
Kies een langer studieplan van ongeveer drie maanden. |
|
Vooral één of twee domeinen vallen op |
Afgebakende kennis- of toepassingsproblemen |
Ga gericht deze domeinen leren en oefenen. Blijf ook opgaven door elkaar heen oefenen. |
|
Berekeningen gaan redelijk, didactische vragen niet |
Te weinig kennis van modellen, leerlijnen en leerlingstrategieën |
Leg leerlingwerk hardop uit en vergelijk didactische keuzes. |
|
Je liet veel vragen open of moest veel gokken |
Onvoldoende tempo of onhandige vraagselectie |
Herken opgaven beter. Oefen opgaven van alle domeinen door elkaar. Zorg dat je bij elke opgaven meteen de rekenregels weet. |
|
Je score zakt bij langere oefensessies |
Concentratie en focus is onvoldoende getraind |
Probeer steeds wat langer te gaan oefenen, zodat je straks 180 minuten geconcentreerd kunt werken. |
|
Je aanpak klopt, maar het getal niet |
Invoer-, eenheden-, afrondings- of controlefouten |
Gebruik een vaste eindcontrole bij iedere berekening. |
Kies niet automatisch de eerstvolgende herkansing
Omdat je maximaal twee keer per studiejaar kunt deelnemen, is het verstandig om iedere kans bewust te gebruiken. De eerstvolgende beschikbare datum is niet altijd de beste datum.
Stel jezelf eerst deze vragen:
- Heb ik mijn scorerapport en toetsinzage geanalyseerd?
- Weet ik welke fouten mij het meeste punten kosten?
- Heb ik voldoende tijd (weken, maanden) om die oorzaken te herstellen?
- Kan ik wekelijks vaste studiemomenten inplannen?
- Heb ik voor de laatste weken tijd om oefentoetsen te maken én te analyseren?
Heb je brede hiaten of scoor je op meerdere domeinen laag, dan past vaak een studieplan van drie maanden beter. Is je basis al behoorlijk en zijn je verbeterpunten duidelijk afgebakend, dan kan een compact plan van zes weken passend zijn.
Kijk voor actuele landelijke toets- en inzagedata altijd in de LKT-kalender van 10voordeleraar en controleer daarnaast de planning van je eigen pabo.
Een herstelplan in vier fasen
Fase 1 analyseren
Breng je beginsituatie in kaart met je scorerapport, toetsinzage en een gerichte nulmeting. Maak een foutenlogboek met vier kolommen:
|
Onderwerp |
Wat ging mis? |
Waardoor ging het mis? |
Wat ga ik anders doen? |
|
Bijvoorbeeld: procentuele toename |
Verkeerde basiswaarde gebruikt |
Begin- en eindwaarde niet gemarkeerd |
Formule leren |
Fase 2 kennis herstellen
Werk eerst aan begrippen, rekenregels en basisvaardigheden. Maak korte reeksen opdrachten en leg bij iedere fout uit welke stap ontbrak. Ga niet alleen voor het juiste antwoord; zorg dat je de redenering kunt verwoorden.
Fase 3 didactische vaardigheden
Oefen met leerling oplossingen en stel jezelf steeds drie vragen:
- Welke strategie gebruikt de leerling?
- Wat laat deze oplossing zien over het begrip van de leerling?
- Welke vervolgstap of instructie past hierbij?
Probeer daarnaast modellen en oplossingswijzen met elkaar te vergelijken. Waarom werkt een verhoudingstabel hier beter dan kruislings vermenigvuldigen? Welke tussenstap maakt een breuk zichtbaar? Wat is een logische opbouw binnen de leerlijn?
Fase 4 presteren onder toetsomstandigheden
Pas wanneer je de belangrijkste hiaten hebt hersteld, ga je volledige oefentoetsen maken. Werk met een tijdslimiet, zonder afleiding en met dezelfde hulpmiddelen als tijdens de toets. Besteed daarna minstens zoveel aandacht aan de analyse als aan het maken zelf.
Voorbeeld van een studieplan van zes weken
Dit compacte plan past vooral wanneer je basis redelijk is en je precies weet waar je verbeterpunten liggen.
|
Week |
Hoofddoel |
Wat je doet |
|
1 |
Diagnose en planning |
Scorerapport en inzage analyseren, nulmeting maken en foutenlogboek starten |
|
2 |
Hele getallen en bewerkingen |
Basiskennis herstellen, contextvragen oefenen en strategieën vergelijken |
|
3 |
Breuken, procenten en kommagetallen |
Relaties tussen breuken, procenten en decimalen begrijpen, oefenen met verhoudingen didactische vragen |
|
4 |
Meten en meetkunde |
Eenheden, formules, schaal, ruimtelijk inzicht en modellen combineren |
|
5 |
Verbanden |
Grafieken en tabellen interpreteren, onderwerpen afwisselen en op tijd oefenen |
|
6 |
Toetssimulatie en herhaling |
Volledige oefentoets maken, fouten analyseren en alleen zwakke patronen herhalen |
Plan bij voorkeur meerdere korte, vaste studiesessies per week. Drie gerichte sessies van een uur zijn vaak waardevoller dan één lange avond waarin je vermoeid door de stof heen gaat.
Heb je minder dan zes weken? Probeer dan niet het hele programma in de helft van de tijd te proppen. Kies de rekenonderdelen en foutpatronen met de grootste invloed op je score. En bespreek met je opleiding of het gekozen toetsmoment realistisch is.
Strategie tijdens je volgende LKT
De toets duurt 180 minuten en bestaat uit twee delen:
1) een deel zonder rekenmachine en
2) een deel waarbij je de digitale rekenmachine (weergave als icoontje bij een opgave) kunt gebruiken.
Je eigen rekenmachine is niet toegestaan. Een geodriehoek mag je wel gebruiken. Bij de hele toets mag je kladpapier gebruiken.
Zodra je een antwoord hebt gegeven, kun je er niet meer naar terug naar de vraag. Gebruik daarom een vaste aanpak:
- Weet hoeveel tijd je hebt voor de totale toets. Als je de tijd goed verdeelt over alle opgaven, weet je hoelang je over elke opgave kunt doen. Door het oefenen weet je hoelang een minuut ongeveer voelt.
- Lees de opgave eerst eens goed. Bedenk wat voor soort opgave dit is. Bij welk domein hoort deze? Een verstopte breukensom, of is het een verhouding of misschien kansberekening? Herken het soort opgave.
- Wat wordt er gevraagd. Controleer wat er precies wordt gevraagd: een prijsverschil, een waarde, strategie of didactische keuze.
- Schat vóór je rekent. Je antwoord alvast schatten helpt om vreemde uitkomsten te herkennen.
- Controleer invoer en eenheden. Let op hoe je je antwoord moet invoeren. Let vooral op komma's, afrondingen en de gevraagde maateenheid.
- Ga niet gokken. Probeer elke opgave te herkennen, ook als je niet direct weet wat je moet doen. Misschien herken je iets uit de oefenstof die lijkt op de opgave? Lees de opgave nogmaals en herpak jezelf. Als je te lang (5 minuten of meer) niet weet wat je moet doen, sla de opgave dan over. Bij een meerkeuze vraag kun je nog wel het antwoord gokken. Ga anders door naar de volgende opgave en lees die goed. Hopelijk lukt het je bij die opgave wel om te komen tot het geode antwoord.
Met 66 vragen in 180 minuten heb je gemiddeld ongeveer 2 tot 3 minuten per vraag. Dat betekent niet dat het oplossen van elke opgave even lang moet duren. Eenvoudige vragen mogen sneller. Neem voor complexere opgaven meer tijd. Oefen daarom niet alleen op snelheid, maar ook op een bewuste tijdverdeling.
Omgaan met teleurstelling en toets stress
Een onvoldoende kan al snel voelen als een oordeel over jouw intelligentie of geschiktheid voor de pabo. Dat is het niet. Probeer het resultaat zo concreet mogelijk te maken. Vervang bijvoorbeeld: Ik ben gewoon slecht in rekenen. Door: Ik verlies vooral punten bij meetkunde en bij het interpreteren van leerling strategieën. Daar kan ik gericht aan werken.
Andere strategieën die kunnen helpen:
- plan kleine, haalbare studietaken.
- houd zichtbaar bij wat wél al lukt.
- bespreek lastige opgaven met een studiegenoot.
- oefen regelmatig onder tijdsdruk.
- gebruik een vaste adem- of pauzeroutine wanneer je merkt dat spanning oploopt.
- vraag op tijd begeleiding als angst je voorbereiding of toetsafname belemmert.
Heb je veel last van spanning? Lees dan ook onze tips over faalangst bij de LKT en bespreek met je studiebegeleider of examencommissie welke ondersteuning binnen jouw opleiding mogelijk is.
Wanneer is extra begeleiding verstandig
Zelfstandig voorbereiden kan goed werken wanneer je verbeterpunten duidelijk zijn. Extra begeleiding kan verstandig zijn wanneer:
- je al vaker een onvoldoende hebt gehaald.
- je op meerdere domeinen kennis mist.
- je wel antwoorden kunt uitrekenen, maar je aanpak niet kunt uitleggen.
- je niet weet hoe je vakkennis en didactiek samen moet oefenen.
- je planning telkens vastloopt.
- tijdsdruk of faalangst een grote rol speelt.
Tijdens een gerichte LKT-training kun je niet alleen oefenen met de inhoud, maar ook feedback krijgen op je redenering, foutpatronen en toetsaanpak.
Jouw volgende stap vandaag
Je hoeft vandaag nog niet het hele probleem op te lossen. Doe alleen dit:
- download of bewaar je scorerapport.
- zoek uit wanneer de toetsinzage is.
- controleer hoeveel toetskansen je nog hebt.
- tel hoeveel weken je hebt tot aan een realistisch toetsmoment.
- kies een studieplan van zes weken of drie maanden.
- zet je eerste drie studiesessies in je agenda.
Wil je houvast bij de opbouw? Bekijk het LKT-studieplan en kies de planning die aansluit bij jouw beginsituatie. Voor extra oefenmateriaal vind je onze selectie op de pagina LKT-boeken. Een onvoldoende hoeft niet het begin van nóg harder leren te zijn. Maak er het begin van met slimmer, gerichter en rustiger voorbereiden.
Veelgestelde vragen over de LKT score en cesuur
Bronnen:
Controleer toetsdata, inschrijfprocedures en persoonlijke voorwaarden altijd bij je eigen pabo en in de actuele officiële toetsgids.
Auteurs:
Barbara Tappermann, Rekenexpert LKT en RWT
Julia Tappermann, Rekenexpert LKT en RWT















