Geschreven door: Barbara Tappermann en Julia Tappermann

RWT en dyscalculie:
welke voorzieningen zijn er en hoe bereid je je voor?

De RWT maken met dyscalculie kan extra spanning geven. Misschien kost het je veel tijd om rekenfeiten op te halen, raak je tussenstappen kwijt of weet je een rekenregel tijdens het oefenen wel, maar niet meer zodra de klok loopt.

Dat betekent niet dat je de Landelijke Reken- en Wiskundetoets voor de pabo niet kunt halen. Het betekent wel dat een gewone aanpak – veel sommen maken en hopen dat het beter gaat – vaak niet voldoende is.

Je hebt een voorbereiding nodig die past bij jouw manier van rekenen. Daarnaast is het belangrijk dat je op tijd onderzoekt voor welke officiële voorzieningen je in aanmerking komt.

In dit artikel lees je wat er volgens de actuele regels mogelijk is en hoe je jouw voorbereiding praktisch kunt aanpakken.

Kun je de RWT halen met dyscalculie?

Ja, dat kan. Dyscalculie zegt niets over je algemene intelligentie of over jouw geschiktheid voor de pabo. Het is een specifieke en hardnekkige moeilijkheid bij het leren en toepassen van rekenvaardigheden.

De inhoud en de landelijke norm van de RWT veranderen niet wanneer je dyscalculie hebt. De toets moet vaststellen of je voldoende rekenvaardig bent om het vak rekenen en wiskunde op de pabo goed te kunnen volgen.

Wel kunnen passende voorzieningen ervoor zorgen dat je de toets onder toegankelijkere omstandigheden kunt maken.

Zie zo’n voorziening niet als een voordeel dat andere studenten niet krijgen. Het doel is om een belemmering zo veel mogelijk te verminderen, zonder dat de inhoud van de toets verandert.

Welke extra voorzieningen zijn mogelijk bij de RWT?

De examencommissie van jouw hogeschool bepaalt of je recht hebt op een aanvullende voorziening.

Voor de RWT noemt Cito twee mogelijkheden:

  • Maximaal 30 minuten extra tijd bij het onderdeel niet-hoofdrekenen.
  • Het beschikbaar stellen van ReadSpeaker, waarmee tekst kan worden voorgelezen.

De extra tijd geldt niet voor het onderdeel hoofdrekenen. Voor dit onderdeel heeft iedere student 17 minuten.

Het hoofdrekengedeelte toetst namelijk ook in hoeverre je rekenvaardigheden zijn geautomatiseerd en of je snel en efficiënt kunt rekenen.

Wat moet je zelf regelen?

Neem ruim vóór je toets contact op met je studentendecaan, studiebegeleider of examencommissie.

Vraag:

  • Welke voorziening kan ik aanvragen?
  • Welke documenten of verklaring heb ik daarvoor nodig?
  • Bij wie moet ik de aanvraag indienen?
  • Welke aanvraagtermijn hanteert mijn hogeschool?
  • Hoe controleer ik of de voorziening bij mijn toetsinschrijving goed is verwerkt?

De precieze aanvraagprocedure verschilt per hogeschool.

Ga er daarom niet vanuit dat een dyscalculieverklaring automatisch tot extra tijd of ReadSpeaker leidt. Je examencommissie moet de voorziening hebben toegekend en de hogeschool moet deze bij de afname hebben ingesteld.

Welke hulpmiddelen mag je tijdens de RWT gebruiken?

Tijdens de hele RWT mag je uitrekenpapier gebruiken dat door de surveillant wordt verstrekt. Ook zijn een pen, potlood en gum toegestaan.

Bij sommige opgaven in het onderdeel niet-hoofdrekenen verschijnt een digitale rekenmachine in de toetsomgeving. Alleen bij die opgaven mag je deze gebruiken.

Een eigen rekenmachine, telefoon, rekenkaart, formulekaart, liniaal of geodriehoek is tijdens de echte toets niet toegestaan.

Belangrijk om te onthouden

Een hulpmiddel kan tijdens het leren heel nuttig zijn, zonder dat je het tijdens de RWT mag gebruiken.

Gebruik een rekenkaart bijvoorbeeld om stappen en verbanden te leren. Oefen daarna ook zonder de kaart, zodat je de kennis tijdens de toets zelfstandig kunt toepassen.

Maak rekenen zichtbaar op je kladpapier

Sommige studenten met dyscalculie hebben baat bij visuele ondersteuning. Dat geldt niet voor iedereen. Onderzoek daarom welke weergave jou helpt om overzicht te houden.

Je kunt tijdens het oefenen én op het verstrekte uitrekenpapier bijvoorbeeld werken met:

  • een verhoudingstabel;
  • een getallenlijn;
  • een eenvoudige strook of balk bij breuken en procenten;
  • een schets bij meten en meetkunde;
  • een tabel voor gegevens uit een contextopgave;
  • pijlen om een vergroting, verkleining of omrekening aan te geven.

Het doel is niet om een mooie tekening te maken. Je maakt de informatie overzichtelijk, zodat je minder tegelijk in je hoofd hoeft vast te houden.

Voorbeeld: procentuele korting

Een jas van €80 wordt met 15% afgeprijsd.

In plaats van direct allerlei getallen in te voeren, kun je de berekening zichtbaar opdelen:

10% van €80 = €8
5% van €80 = €4
15% korting = €12
Nieuwe prijs: €80 − €12 = €68

Door iedere stap op een nieuwe regel te zetten, verklein je de kans dat je de korting en de nieuwe prijs door elkaar haalt.

Werk met één vaste aanpak per vraagsoort

Wissel niet steeds tussen allerlei trucjes. Kies per soort opgave een aanpak die je begrijpt en die je consequent kunt gebruiken.

Bij een contextopgave kun je bijvoorbeeld altijd dezelfde vier stappen volgen:

Stap 1 – Wat weet ik?

Markeer of noteer de belangrijke gegevens.

Stap 2 – Wat wordt gevraagd?

Schrijf het gevraagde kort op.

Stap 3 – Welke bewerking of strategie past hierbij?

Kies eerst de route en begin dan pas met rekenen.

Stap 4 – Is mijn antwoord logisch?

Controleer de grootte, eenheid en betekenis van het antwoord.

Zo’n vast stappenplan geeft houvast wanneer je spanning ervaart of wanneer een opgave veel informatie bevat.

Gebruik rekenkaarten tijdens het leren

Rekenkaarten of stappenkaarten kunnen je helpen bij het aanleren van vaste procedures.

Denk aan kaarten voor:

  • breuken, decimalen en procenten;
  • procentuele toe- en afname;
  • het metriek stelsel;
  • oppervlakte en inhoud;
  • schaalberekeningen;
  • het gemiddelde;
  • veelgebruikte rekenvolgordes.

Gebruik een kaart niet alleen om het antwoord op te zoeken.

Spreek of schrijf bij iedere stap uit waarom je die uitvoert. Draai de kaart vervolgens om en probeer dezelfde soort opgave zonder hulp te maken. Controleer pas daarna.

Bouw het gebruik geleidelijk af.

Uiteindelijk moet je de aanpak zonder rekenkaart kunnen toepassen, omdat je zo’n kaart niet mee mag nemen naar de RWT.

Hardop denken helpt tijdens het oefenen

Hardop denken kan tijdens het leren helpen om een berekening in kleine stappen op te delen.

Je hoort dan beter waar je een denkstap overslaat of twee bewerkingen door elkaar haalt.

Bijvoorbeeld:

‘Ik zoek eerst 1%. Daarna vermenigvuldig ik dat bedrag met 15. De vraag gaat om de korting, dus ik hoef die nog niet van het oorspronkelijke bedrag af te trekken.’

Tijdens een toetsafname kun je niet zomaar hardop praten.

Oefen daarom ook met stille zelfinstructies: korte zinnen die je in gedachten herhaalt, zoals:

Wat weet ik? Wat zoek ik? Welke stap komt nu?

Schrijf tussenstappen op

Bij dyscalculie kan het lastig zijn om meerdere getallen en tussenresultaten tegelijk vast te houden.

Probeer daarom niet alles uit het hoofd te doen wanneer dat niet nodig is.

Werk op je uitrekenpapier rustig en consequent:

  • Zet één bewerking per regel.
  • Schrijf de eenheid achter een tussenantwoord.
  • Lijn getallen bij optellen en aftrekken goed onder elkaar uit.
  • Omcirkel het getal waarmee je verder rekent.
  • Schrijf bij procenten op of je de verandering of het nieuwe totaal berekent.
  • Maak vooraf een schatting van de uitkomst.

Een duidelijke uitwerking kost soms enkele seconden extra, maar kan voorkomen dat je een hele berekening opnieuw moet maken.

Oefen in korte, herhaalde blokken

Eén keer per week drie uur rekenen is meestal minder overzichtelijk dan regelmatig in korte blokken oefenen.

Kies bijvoorbeeld vier of vijf momenten van 20 tot 30 minuten per week.

Werk daarbij steeds aan een klein en concreet doel:

  • Vandaag oefen ik de relatie tussen breuken en procenten.
  • Morgen oefen ik omrekenen met lengte en oppervlakte.
  • Vrijdag oefen ik tien minuten hoofdrekenen op tempo.
  • In het weekend herhaal ik de opgaven die eerder fout gingen.

Herhaling is belangrijk, maar maak niet alleen steeds hetzelfde rijtje sommen.

Oefen een strategie ook in verschillende contexten, zodat je leert herkennen wanneer je deze moet gebruiken.

Bouw tijdsdruk stap voor stap op

Begin niet direct met iedere oefening op tijd. Zorg eerst dat je een aanpak begrijpt en correct kunt uitvoeren. Voeg daarna geleidelijk tijdsdruk toe.

Een praktische opbouw

Stap 1: Maak een opgave met een stappenkaart en zonder tijdslimiet.

Stap 2: Maak dezelfde soort opgave zonder stappenkaart.

Stap 3: Maak enkele gemengde opgaven zonder tijdslimiet.

Stap 4: Maak een korte set met een ruime tijdslimiet.

Stap 5: Oefen onder omstandigheden die steeds meer op de RWT lijken.

Vooral het hoofdrekenen vraagt aparte aandacht. Extra tijd is bij dit onderdeel niet mogelijk.

Train daarom regelmatig korte reeksen, maar stop wanneer de spanning zo hoog oploopt dat je alleen nog fouten aan het herhalen bent.

Omgaan met spanning en schaamte

Dyscalculie heeft niets te maken met dom zijn. Toch hebben veel studenten door eerdere ervaringen het gevoel gekregen dat zij ‘nu eenmaal niet kunnen rekenen’.

Zo’n overtuiging kan de spanning rond een rekentoets verder vergroten.

Probeer onderscheid te maken tussen drie dingen:

  • Wat je inhoudelijk nog niet begrijpt.
  • Wat je wel begrijpt, maar nog niet voldoende hebt geautomatiseerd.
  • Wat door spanning tijdens de toets minder goed lukt.

Daarmee wordt het probleem concreter en beter te trainen.

Houd je vooruitgang klein en meetbaar. Noteer bijvoorbeeld niet alleen je eindscore, maar ook hoeveel procentopgaven je met de juiste aanpak maakte of hoeveel hoofdrekenvragen je binnen tien minuten correct beantwoordde.

Er bestaat geen vast ‘dyscalculieprofiel’ met automatisch bijbehorende talenten.

De ene student denkt graag visueel, de andere heeft juist veel aan taal, vaste routines of handelend oefenen. Kijk dus niet naar wat volgens een algemeen lijstje bij dyscalculie zou horen, maar naar wat jou aantoonbaar helpt.

Bespreek aanhoudende toetsangst met je studiebegeleider, studentendecaan of een andere deskundige binnen je hogeschool.

Goede rekenbegeleiding en ondersteuning bij spanning kunnen naast elkaar nodig zijn.

Tip van Barbara

"Maak je voorbereiding zo voorspelbaar mogelijk. Gebruik voor een bepaald type som steeds dezelfde heldere aanpak en schrijf tijdens het oefenen iedere tussenstap op. Pas als de aanpak goed gaat, ga je werken aan tempo.''

Oefen bovendien met de hulpmiddelen die je tijdens de echte toets werkelijk hebt. Een rekenkaart is uitstekend om iets te leren, maar uiteindelijk moet je de strategie zonder die kaart kunnen uitvoeren.

Maak een persoonlijk RWT-plan

Een goede voorbereiding op de RWT met dyscalculie bestaat uit drie sporen:

1. Regel je voorzieningen

Neem vroeg contact op met je hogeschool. Vraag wat je moet aanvragen en controleer vóór de toets of de toegekende voorziening klaarstaat.

2. Breng je rekenprofiel in kaart

Gebruik oefenresultaten en, wanneer je de RWT al hebt gemaakt, de scorerapportage en toetsinzage. Bepaal per domein waar het probleem zit: begrip, strategie, automatisering, nauwkeurigheid of tempo.

3. Oefen gericht

Werk met vaste stappen, visuele modellen wanneer die jou helpen, korte herhaalmomenten en een geleidelijke opbouw naar tijdsdruk. Controleer regelmatig of je niet alleen méér oefent, maar ook beter en zelfstandiger rekent.

Veelgestelde vragen over RWT en dyscalculie

1Krijg je bij dyscalculie extra tijd voor de RWT?
De examencommissie van je hogeschool kan maximaal 30 minuten extra tijd toekennen voor het onderdeel niet-hoofdrekenen. Voor het hoofdrekengedeelte is geen tijdsverlenging mogelijk. Vraag de voorziening ruim vóór je toets aan volgens de procedure van jouw hogeschool.
2Mag je bij dyscalculie een rekenkaart of formulekaart gebruiken?
Nee. Een eigen rekenkaart of formulekaart behoort niet tot de toegestane hulpmiddelen tijdens de RWT. Je kunt zulke kaarten wel gebruiken tijdens het leren. Bouw de ondersteuning voor de toets geleidelijk af.
3Mag je een eigen rekenmachine meenemen?
Nee. Bij bepaalde opgaven in het onderdeel niet-hoofdrekenen is een digitale rekenmachine beschikbaar in de toetsomgeving. Alleen daar mag je de rekenmachine gebruiken.
4Kan de tekst van de RWT worden voorgelezen?
De examencommissie kan besluiten ReadSpeaker voor je beschikbaar te stellen. Informeer bij je hogeschool welke voorwaarden en aanvraagtermijnen daarvoor gelden.
5Is de RWT voor studenten met dyscalculie makkelijker?
Nee. De toetsinhoud en de landelijke norm blijven hetzelfde. Een toegekende voorziening is bedoeld om de toets toegankelijker te maken, niet om het vereiste rekenniveau te verlagen.

Je hoeft het niet op wilskracht alleen te doen

De RWT vraagt veel wanneer rekenen voor jou niet vanzelf gaat. Juist daarom is het belangrijk dat je niet alleen harder, maar vooral gerichter gaat werken.

Regel op tijd de voorzieningen waarop je mogelijk recht hebt. Kies rekenstrategieën die je begrijpt. Maak je denkstappen zichtbaar en bouw hulpmiddelen tijdens de voorbereiding bewust af.

Wil je weten waar je nu staat? Begin met een gerichte oefentoets en analyseer per domein welke fouten je maakt.

Heb je behoefte aan persoonlijke uitleg en een vaste aanpak? Bekijk dan onze mogelijkheden voor RWT-training en RWT e-learning.

Klaar om aan de slag te gaan met oefenen voor de RWT?

De RWT lijkt makkelijk, maar dat is het niet. Je moet de hele basis van A tot Z weten. 

Wil je gestructureerd toewerken naar jouw toetsdatum? Kies het gratis RWT Studie-Werk-Plan voor drie maanden of het compacte plan voor zes weken.

Bekijk daarnaast het RWT Theorie- en Werkboek, het Oefentoetsenboek, het Top50 meest gemaakte fouten boekje en de e-learning.

Auteurs:

Barbara Tappermann, Rekenexpert LKT en RWT
Julia Tappermann, Rekenexpert LKT en RWT