Geschreven door: Barbara Tappermann en Julia Tappermann

LKT score, norm en cesuur uitgelegd

Na de Landelijke Kennisbasistoets rekenen-wiskunde voor de Pabo wil je vooral weten of je bent geslaagd. Toch is de uitslag van de LKT minder eenvoudig dan alleen het aantal goede antwoorden tellen. Je krijgt een eindcijfer, een totaalscore en scores per rekenonderdeel (= domein). De cesuur wordt bovendien pas na de toetsafname vastgesteld.

Bij de LKT werkt het anders dan bij de Landelijke Reken- en Wiskundetoets (RWT) uit het eerste pabojaar. Bij de RWT ontvang je een vaardigheidsscore en geldt een vaste landelijke slaaggrens van 575 punten. De twee scoresystemen voor de RWT en LKT kun je daarom niet direct met elkaar vergelijken.

In dit artikel leggen we uit wat de LKT-score betekent, hoe de cesuur wordt bepaald en hoe je jouw uitslag slim gebruikt bij een eventuele herkansing.

 

In het kort:
- Bij de LKT ben je geslaagd met het cijfer 6 of hoger.
- De LKT-cesuur is het minimale aantal punten dat nodig is om te slagen. De cesuur bepaalt de zak- en slaaggrens voor deze Pabo rekentoets.
- Deze cesuur wordt na de toetsafname landelijk vastgesteld en staat dus niet vooraf vast.
- Je krijgt naast je eindcijfer en totaalscore ook je scores te zien voor de verschillende domeinen.
- Het verschil met de LKT: Bij de RWT geldt wél een vaste landelijke norm: met een score van 575 punten of meer ben je geslaagd.

LKT en RWT scores in één overzicht

Onderdeel

LKT kennisbasistoets

RWT

Moment op de pabo

Meestal in leerjaar 3.
Versnelde/ verkorte opleiding in jaar 2.

In leerjaar 1.
Of vooraf aan de opleiding, als onderdeel van de toelating Pabo.

Wat wordt getoond

Heel cijfer. Totaalscore en scores per domein.

Punten score. Eindbeoordeling: geslaagd of onder de norm en scores per domein.

Slaaggrens

Cijfer 6 of hoger.

Punten 575 of hoger. Maximum 1000 punten.

Cesuur

Wordt na iedere afnameperiode landelijk vastgesteld.

Landelijke norm staat vast.

Scoring van vragen

Goed antwoord 1 punt,
fout of leeg antwoord 0 punten.

Antwoord is goed of fout. Opgaven worden moeijlker als vorige antwoorden goed zijn. Opgaven zijn verschillend aantal punten waard, afhankelijk van moeilijkheidsgraad.

Toetsvorm

Vastgestelde, niet-adaptieve toets met 66 vragen.

Niet vastgestelde, adaptieve toets met 55 vragen. Eerste deel hoofdrekenen zijn17 opgaven in 17 minuten.

Aantal goed vooraf berekenen

Niet mogelijk.
Cesuur wordt pas na de toetsen vastgesteld

Niet mogelijk.
Dezelfde hoeveelheid goede antwoorden kan tot een andere vaardigheidsscore kan leiden.

Voldoende per domein nodig

Nee. Gaat om de eindscore.

Nee. Gaat om totale aantal punten.

De tabel laat meteen het belangrijkste verschil zien. De LKT vertaalt je behaalde punten na de cesuurbepaling naar een cijfer. De RWT vertaalt je antwoorden naar een vaardigheidsscore op basis van een adaptief toetsmodel.

Vier begrippen die je uit elkaar moet houden

De totaalscore

Een goed antwoord op een LKT-vraag levert één punt op. Een fout of niet-ingevuld antwoord levert geen punt op. De toets bevat 66 vragen. Na de afname kan uit de inhoudelijke en toetstechnische analyse blijken dat een vraag niet moet meetellen of dat meer antwoordmogelijkheden goed gerekend moeten worden. De totaalscore die je ontvangt, is de score nadat deze landelijke procedure is doorlopen.

De cesuur

De cesuur is de grens tussen zakken en slagen. Bij de LKT is dat het minimale aantal punten dat je nodig hebt om een voldoende te behalen. Dit aantal wordt pas na de toetsafname vastgesteld en geldt landelijk voor alle Pabo-opleidingen.

Het cijfer

Nadat de cesuur is vastgesteld, wordt je score omgezet naar een heel cijfer op een schaal van 1 tot en met 10. Met een 6 of hoger heb je de LKT behaald.

De domeinscores

Naast je cijfer en totaalscore krijg je scores voor de rekenonderdelen (domeinen). Deze laten zien waar je sterk of zwakker hebt gepresteerd. Ze zijn bedoeld als feedback. Je hoeft niet voor ieder domein afzonderlijk een voldoende te behalen.

Zo wordt de LKT uitslag bepaald

De uitslag ontstaat in vijf stappen.

  1. Iedere vraag wordt nagekeken als goed of fout.
  2. Na de toetsperiode worden de resultaten van alle studenten geanalyseerd.
  3. De toetstechnische kwaliteit van iedere vraag wordt beoordeeld. Als daar aanleiding voor is, kan een vraag vervallen of kunnen extra antwoorden worden goedgekeurd.
  4. Met een wetenschappelijke methode wordt de cesuur bepaald. De onafhankelijke Raad voor Kwaliteitsborging Lerarenopleidingen keurt deze goed. Afgevaardigden van de examencommissies stellen de cesuur vervolgens vast.
  5. Je totaalscore wordt omgezet naar een heel cijfer van 1 tot en met 10.

Deze procedure verklaart waarom je de officiële uitslag niet direct na de toets krijgt. Volgens de toetsgids verstrekt je opleiding de uitslag uiterlijk 24 werkdagen na afloop van de toetsperiode. De precieze uitslagdata staan in de landelijke toetskalender.

Wat is de landelijke LKT norm?

Studenten gebruiken de woorden norm en cesuur vaak door elkaar. Bij de LKT kun je het verschil zo onthouden:

  • De norm voor slagen is een eindcijfer van 6 of hoger.
  • De cesuur is de bijbehorende minimale toetsscore die na de afname wordt vastgesteld.

De norm in cijfers is dus duidelijk: een 6 is voldoende. Het aantal goede antwoorden dat bij die 6 hoort, staat vooraf niet vast.

Hoeveel vragen moet je goed hebben voor de LKT

Dat kun je vooraf niet exact zeggen. De LKT bevat 66 vragen en ieder goed antwoord levert in principe één punt op. De uiteindelijke cesuur wordt echter pas vastgesteld nadat de toetsvragen en resultaten landelijk zijn geanalyseerd.

Je kunt tijdens een oefentoets natuurlijk wel je percentage goede antwoorden berekenen. Gebruik dit om je ontwikkeling te volgen en zwakkere rekenonderdelen te herkennen. Dit percentage geldt niet als een officiële voorspelling van je LKT-cijfer, maar geeft een indicatie van hoe je ervoor staat.

Een oefentoets is bovendien alleen vergelijkbaar met de echte toets wanneer de vragen qua inhoud, moeilijkheid en verdeling goed aansluiten bij de officiële toets. Eén hoog oefenpercentage geeft daarom nooit 100% zekerheid.

Wat vertelt je LKT uitslag precies

Je officiële uitslag bestaat uit:

  • je cijfer en totaalscore
  • je domeinscores

Het cijfer geeft antwoord op de vraag of je bent geslaagd. De totaalscore laat nauwkeuriger zien hoeveel punten je hebt behaald. De domeinscores helpen je bepalen waar verbetering nodig is in de domeinen. Stel dat je een 5 hebt gehaald. Dan weet je dat je onder de cesuur bent gebleven, maar het cijfer alleen vertelt niet precies waardoor. Kijk daarom altijd naar je totaalscore en de verdeling over de domeinen.
De LKT rekenen-wiskunde kent de volgende domeinen:

  1. hele getallen
  2. verhoudingen, procenten, breuken en kommagetallen
  3. meten
  4. meetkunde
  5. verbanden

Je hoeft niet voor elk domein een voldoende te halen. De cesuur geldt voor de toets als geheel en je kunt niet één domein afzonderlijk herkansen.

Waarom de toetsinzage bij je score hoort

De domeinscores vertellen waar je punten hebt verloren. De toetsinzage helpt je begrijpen waarom. Dat verschil is belangrijk.

Tijdens de inzage kun je bijvoorbeeld onderzoeken of je:

  • een rekenregel of begrip niet kende.
  • de juiste kennis niet herkende in een nieuwe context.
  • een didactische vraag verkeerd interpreteerde.
  • een eenheid of voorwaarde over het hoofd zag.
  • een invoer- of afrondingsfout maakte.
  • door tijdsdruk vragen te snel las.

De officiële toetsgids noemt de inzage nadrukkelijk een leermoment. Bij een herkansing adviseert 10voordeleraar om de scores per domein te bestuderen, naar de inzage te gaan en de uitkomsten met een docent te bespreken.

LKT niet gehaald? Zo ga je verder!

Een onvoldoende voor de LKT is teleurstellend, maar zegt niet dat je de toets niet kunt halen. Je uitslag geeft juist informatie waarmee je de voorbereiding op een herkansing gerichter kunt aanpakken.

Begin niet meteen opnieuw met alle leerstof. Zet eerst deze stappen:

  1. Plan jouw toetsinzage en noteer per fout wat er misging.
  2. Vergelijk je totaalscore met je domeinscores.
  3. Maak onderscheid tussen een kennistekort, een toepassingsfout, onzorgvuldigheid en tijdsdruk.
  4. Kies daarna welke onderwerpen prioriteit krijgen en hoeveel voorbereidingstijd je nodig hebt.


Bekijk het volledige stappenplan:
in LKT niet gehaald? Zo bereid je je gericht voor op je herkansing vind je advies, praktische vervolgstappen en een studiestrategie voor je volgende poging.

De RWT score werkt anders

De RWT is adaptief. Na ieder antwoord selecteert de software een volgende vraag die past bij je getoonde vaardigheid. Bij een goed antwoord volgt Meestal een moeilijkere opgave. Na een fout antwoord volgt een opgave die even moeilijk of gemakkelijker is.

Iedere RWT-opgave wordt eerst als goed of fout beoordeeld. Daarna wordt het aantal goede antwoorden omgerekend naar een vaardigheidsscore. Daarbij telt de moeilijkheid van de aangeboden opgaven mee. Twee studenten met hetzelfde aantal goede antwoorden kunnen daardoor een verschillende vaardigheidsscore krijgen.

De vaste RWT norm van 575

Voor de RWT geldt een landelijke slaaggrens van 575 punten. Deze norm is in juni 2024 bepaald door een groep van lerarenopleiders rekenen en wiskunde. Daarna heeft het Landelijk Overleg Lerarenopleidingen Basisonderwijs de norm vastgesteld.

De officiële RWT-beoordelingen zijn:

Vaardigheidsscore

Beoordeling

0 tot en met 425

Ruim onvoldoende

426 tot en met 500

Onvoldoende

501 tot en met 574

Net onvoldoende

575 tot en met 650

Voldoende

651 tot en met 724

Ruim voldoende

725 tot en met 1000

Goed

Met 575 punten of hoger ben je dus geslaagd voor de RWT. Meer uitleg vind je op onze pagina over de RWT-score en norm.

Waarom 575 geen percentage is

De RWT-schaal loopt van 0 tot 1000. Toch betekent een score van 575 niet dat je 57,5 procent van de vragen goed hebt gemaakt. Een vaardigheidsscore is geen gewone puntentelling.

Ook een vertaling als “575 staat altijd gelijk aan ongeveer 60 procent goed” is te stellig. Door de adaptieve afname krijgen studenten opgaven van verschillende moeilijkheid. Het aantal goede antwoorden en de vaardigheidsscore zijn daardoor niet één op één aan elkaar te koppelen.

Waarom je LKT cijfer niet met je RWT score kunt vergelijken

Een RWT-score van 575 en een LKT-cijfer 6 drukken verschillende dingen uit.

  • De RWT meet rekenvaardigheid met een adaptief model en rapporteert een vaardigheidsscore.
  • De LKT toetst vakinhoudelijke en vakdidactische kennis met een vaste toets en rapporteert na cesuurbepaling een cijfer.
  • De RWT heeft een vaste landelijke grens van 575.
  • De LKT heeft een vaste voldoende-eis van een 6, maar de bijbehorende puntengrens wordt na de afname vastgesteld.

Je kunt niet zeggen, dat een hoge RWT-score automatisch een hoog LKT-cijfer voorspelt. Een goede rekenbasis helpt bij de LKT, maar de kennisbasistoets vraagt daarnaast om bredere vakkennis en vakdidactisch inzicht. Lees voor een inhoudelijke vergelijking ook van RWT naar LKT.

Veelgemaakte misverstanden over de score

1Voor de LKT moet je altijd een vast percentage goed hebben
Nee. Het aantal punten dat nodig is voor een voldoende wordt na de toetsafname vastgesteld. Een oefenpercentage kan je helpen bij je voorbereiding, maar is geen officiële cesuur.
2De LKT heeft dezelfde norm als de RWT
Nee. De RWT gebruikt de vaste vaardigheidsnorm 575. Bij de LKT krijg je een cijfer en ben je geslaagd met een 6 of hoger. De puntengrens voor die 6 wordt achteraf bepaald.
3Een RWT score van 575 is gelijk aan 57,5 procent goed
Nee. De schaal van 0 tot 1000 is een vaardigheidsschaal. De moeilijkheid van de gemaakte vragen wordt meegewogen.
4Studenten met evenveel goede RWT antwoorden krijgen dezelfde score
Niet noodzakelijk. Twee studenten kunnen hetzelfde aantal vragen goed hebben, maar door verschillen in de moeilijkheid van de vragen een andere vaardigheidsscore krijgen.
5Ik moet bij de LKT voor elk domein een voldoende halen
Nee. De cesuur wordt vastgesteld over de gehele toets. Domeinscores zijn bedoeld om inzicht te geven in je sterke en minder sterke rekenonderdelen.
6Met een goed cijfer op een oefentoets slaag ik zeker
Nee. Een oefentoets helpt je om inhoud, tempo en vraagtypen te oefenen. Het resultaat is geen officiële voorspelling, zeker wanneer de oefentoets niet precies aansluit bij de toetsmatrijs en moeilijkheid van de landelijke toets.

Zo gebruik je jouw score bij de voorbereiding

Heb je de LKT nog niet gemaakt, gebruik oefenscores dan vooral om patronen te ontdekken. Houd per oefensessie bij:

  • welke domeinen goed gaan.
  • bij welke vraagtypen je tijd verliest.
  • of de fout door kennis, toepassing of onnauwkeurigheid ontstaat.
  • of vooral de rekenkundige of de didactische laag lastig is.

Heb je al een officiële uitslag? Analyseer dan je domeinscores en ga naar de toetsinzage. Maak daarna pas een planning.
Heb je een slechte score voor de LKT? Gebruik het LKT-studieplan van drie maanden. Dat is een handig hulpmiddel voor het maken van een goede planning over alle rekenstof heen van de LKT.
Zijn je verbeterpunten beperkt en duidelijk, dan kan een compactere planning passend zijn.

Tip van Barbara

"Kijk na de uitslag niet alleen naar je cijfer. Het cijfer vertelt óf je bent geslaagd. Je domeinscores en de toetsinzage vertellen waaraan je moet werken. Met die informatie kun je veel beter een nieuwe planning maken met WAT en HOE je gaat leren en oefenen. Zo bereid je de LKT slimmer en gerichter voor."

Veelgestelde vragen over de LKT score en cesuur

1Met welk cijfer ben je geslaagd voor de LKT rekenen-wiskunde?
Met een heel cijfer 6 of hoger heb je de LKT behaald.
2Wat is de cesuur van de LKT?
De cesuur is het minimale aantal punten dat nodig is om te slagen. Deze wordt na iedere toetsafname bepaald. Er is daarom vooraf geen vast aantal goede antwoorden te noemen.
3Hoeveel van de 66 LKT vragen moet ik goed hebben?
Dat is vooraf niet bekend. Iedere goede vraag levert in beginsel één punt op, maar de cesuur wordt pas landelijk vastgesteld nadat de resultaten en de kwaliteit van de vragen zijn geanalyseerd.
4Waarom duurt de LKT uitslag langer dan de RWT uitslag?
Na de LKT-afname worden de toetsvragen en resultaten geanalyseerd en wordt de cesuur zorgvuldig vastgesteld. Volgens de officiële toetsgids ontvang je de uitslag uiterlijk 24 werkdagen na afloop van de toetsperiode.
5Kan een LKT vraag achteraf vervallen?
Ja. Als de analyse daar aanleiding toe geeft, kan een vraag uit de toets worden verwijderd. Ook kunnen wijzigingen worden aangebracht in de antwoorden die goed worden gerekend.
6Moet ik alle LKT domeinen voldoende maken?
Nee. De cesuur geldt voor de gehele toets. De domeinscores geven feedback, maar voor afzonderlijke domeinen geldt geen aparte slaaggrens.
7Wat is de landelijke norm voor de RWT?
De vaste landelijke norm is een vaardigheidsscore van 575. Met 575 of hoger is de RWT behaald.
8Kan ik mijn LKT cijfer omrekenen naar een RWT score?
Nee. De toetsen meten en rapporteren op verschillende manieren. De LKT gebruikt een cijfer na een achteraf vastgestelde cesuur. De adaptieve RWT gebruikt een vaardigheidsschaal met de vaste norm 575.

Bronnen:

De toetsregels in dit artikel zijn gecontroleerd aan de hand van de officiële toetsdocumentatie voor studiejaar 2026-2027. Controleer bij je eigen pabo welke praktische afspraken en deadlines voor jou gelden.

Auteurs:

Barbara Tappermann, Rekenexpert LKT en RWT
Julia Tappermann, Rekenexpert LKT en RWT