Geschreven door: Barbara Tappermann en Julia Tappermann
Van RWT naar LKT:
Dit verandert bij de kennisbasistoets rekenen
Je hebt de RWT gehaald en gaat je nu voorbereiden op de LKT Wiskunde. Kun je dan op dezelfde manier verder leren? Niet helemaal. Een groot deel van de basisrekenvaardigheden neem je mee, maar het doel, de inhoud, de toetsvorm en de beoordeling zijn anders. De RWT laat zien of je zelf voldoende rekenvaardig bent om het vak rekenen-wiskunde op de pabo goed te kunnen volgen. Bij de LKT moet je aantonen dat je als toekomstige leerkracht over voldoende vakinhoudelijke én vakdidactische kennis beschikt.

RWT en LKT vergelijken
In de tabel zie je eerst de belangrijkste verschillen. Daarna leggen we uit wat deze verschillen betekenen voor jouw voorbereiding.
| Onderdeel | RWT – leerjaar 1 | LKT Wiskunde – meestal leerjaar 3 |
|---|---|---|
| Volledige naam | Landelijke reken- en wiskundetoets voor de pabo | Landelijke kennistoets Wiskunde voor de pabo |
| Belangrijkste doel | Vaststellen of je zelf voldoende rekenvaardig bent | Vaststellen of je de vakinhoudelijke en vakdidactische kennis van een startbekwame leerkracht beheerst |
| Moment in de opleiding | In het eerste studiejaar; één kans is al vóór de start mogelijk | Meestal vanaf het derde studiejaar; onder voorwaarden soms aan het einde van jaar 2 |
| Toetsvorm | Adaptief | Niet-adaptief |
| Terugbladeren | Niet mogelijk | Binnen een toetsonderdeel kun je navigeren en vragen markeren |
| Aantal vragen | 55 vragen, waaronder 5 proefopgaven die niet meetellen | 66 vragen |
| Toetsduur | 120 minuten | 180 minuten |
| Rekendomeinen | 4 domeinen | 5 domeinen |
| Eigen rekenmachine | Niet toegestaan | Niet toegestaan |
| Kladpapier | Toegestaan | Toegestaan |
| Geodriehoek | Niet toegestaan | Wel toegestaan |
| Beoordeling | Adaptieve vaardigheidsscore van 0 tot 1000 | Iedere goede vraag levert 1 punt op; daarna wordt de cesuur bepaald |
| Slaaggrens | 575 punten of hoger | Geen vast aantal goede antwoorden; cijfer 6 of hoger |
| Aantal deelnames | Afhankelijk van de OER van jouw hogeschool | Maximaal 2 deelnames per studiejaar |
Kort samengevat
Bij de RWT staat jouw eigen rekenvaardigheid centraal. Bij de LKT moet je niet alleen kunnen rekenen, maar ook kunnen redeneren over reken-wiskundeonderwijs.
Het grootste verschil: bij de LKT kijk je als toekomstige leerkracht
De RWT vraagt vooral: Kun jij deze rekenopgave correct en efficiënt oplossen?
Bij de LKT komen daar andere vragen bij:
- Welke strategie gebruikt een leerling?
- Waarom is een redenering juist of onjuist?
- Welk model past bij een berekening?
- Welke eigenschap van een bewerking wordt gebruikt?
- Welke denkfout maakt een leerling?
- Hoe hangen rekenkundige en wiskundige begrippen met elkaar samen?
Je gaat dus van zelf goed kunnen rekenen naar boven de leerstof staan. Dat betekent dat alleen veel sommen maken niet genoeg is. Je moet ook de begrippen, modellen, eigenschappen en didactische achtergronden begrijpen.
Een eenvoudig voorbeeld
Bij de RWT kun je een opgave krijgen waarbij je een breuk moet omzetten naar een percentage. 3/5 = 60%. Bij de LKT kan vervolgens worden gevraagd welke leerlingstrategie correct is, welke verhoudingstabel bij de berekening hoort of waarom een bepaalde aanpak tot een fout antwoord leidt. Het rekenwerk vormt dus de basis. De LKT vraagt daarnaast of je kunt uitleggen en beoordelen wat er tijdens het rekenen gebeurt.
Is de LKT moeilijker dan de RWT?
Veel studenten ervaren de LKT als moeilijker, maar ‘moeilijker’ is niet helemaal de juiste omschrijving. De toetsen meten iets anders. De eindtermen van de RWT komen grotendeels overeen met referentieniveau 3F. De LKT heeft geen afzonderlijk 3F-niveau en is niet simpelweg een rekentoets op ‘4F’. De LKT is gebaseerd op de landelijke kennisbasis voor de pabo. Daarin gaat het om de vakinhoudelijke en vakdidactische kennis die je als startbekwame leerkracht nodig hebt.
Waarom voelt de LKT vaak zwaarder?
- De hoeveelheid theorie is groter.
- Begrippen moeten preciezer gekend worden.
- Er wordt meer gevraagd over eigenschappen, modellen en strategieën.
- Je moet oplossingen en denkstappen van leerlingen beoordelen.
- Meetkunde en wiskundige onderwerpen komen uitgebreider aan bod.
- Je moet drie uur geconcentreerd blijven.
Heb je de RWT ruim gehaald? Dan heb je een waardevolle basis. Maar een hoge RWT-score is geen garantie voor een voldoende op de LKT.
Welke kennis uit de RWT neem je mee naar de LKT?
Je begint bij de LKT gelukkig niet opnieuw. Veel basisvaardigheden blijven belangrijk.
| Vanuit de RWT neem je mee | Bij de LKT komt daar onder andere bij |
|---|---|
| Bewerkingen met hele getallen | Eigenschappen van bewerkingen, algoritmen, priemgetallen, deelbaarheid, KGV en GGD, andere talstelsels en leerlingstrategieën |
| Breuken, procenten, verhoudingen en decimalen | Modellen, eigenschappen, complexere samenhang en het beoordelen van oplossingswijzen |
| Omrekenen, schaal, omtrek, oppervlakte en inhoud | Precieze begripskennis, toepassingen, didactische modellen en redeneringen van leerlingen |
| Basiskennis van meetkunde | Ruimtelijk tellen, bouwplaten, doorsneden, symmetrie, transformaties, congruentie en gelijkvormigheid |
| Grafieken en statistische informatie lezen | Verbanden interpreteren, werken met kentallen en redeneringen van leerlingen beoordelen |
Begin je voorbereiding daarom in twee stappen: controleer eerst of je RWT-basis nog voldoende paraat is en leer daarna de aanvullende LKT-kennis.
Rekenmachine: de regels verschillen duidelijk
Bij de RWT bestaat het eerste deel uit hoofdrekenen. Daar is geen rekenmachine beschikbaar. In het tweede deel verschijnt alleen bij bepaalde opgaven een digitale rekenmachine. Zie je geen rekenmachine-icoon? Dan moet je de opgave zonder rekenmachine oplossen.
De LKT bestaat uit twee toetsonderdelen:
- Een onderdeel zonder rekenmachine.
- Een onderdeel met de eenvoudige digitale rekenmachine uit de toetsomgeving.
Een eigen rekenmachine is bij geen van beide toetsen toegestaan. Bij de LKT mag je wel een eigen geodriehoek meenemen. Bij de RWT is een geodriehoek niet toegestaan.
Wat betekent dit voor je voorbereiding?
Oefen LKT-opgaven niet standaard met je eigen rekenmachine. Maak onderscheid tussen vragen die je zonder rekenmachine moet kunnen oplossen en vragen waarbij de digitale rekenmachine beschikbaar is.
Train ook het schatten van uitkomsten. Een rekenmachine voert jouw invoer uit, maar controleert niet of je de juiste bewerking hebt gekozen of dat het antwoord logisch is.
RWT-score en LKT-cijfer: twee verschillende systemen
RWT: vaste grens van 575 punten
De RWT is adaptief. Goed beantwoorde moeilijke vragen wegen zwaarder dan goed beantwoorde makkelijke vragen. Het aantal goede antwoorden wordt daarom omgerekend naar een vaardigheidsscore. De landelijke slaaggrens ligt vast: 575 punten of meer = RWT gehaald. Je kunt niet vooraf zeggen hoeveel vragen je precies goed moet beantwoorden om 575 punten te behalen.
LKT: een 6 of hoger
Bij de LKT levert iedere goed beantwoorde vraag één punt op. Een fout of niet-ingevuld antwoord levert geen punt op. Na iedere afname worden de resultaten en de toetstechnische kwaliteit van de vragen onderzocht. Daarna wordt de cesuur vastgesteld: het minimale aantal punten dat nodig is voor een voldoende. Vervolgens wordt je score omgezet naar een heel cijfer van 1 tot 10. Met een 6 of hoger heb je de LKT behaald. Het benodigde aantal goede antwoorden is dus vooraf niet bekend. Je hoeft bovendien niet binnen ieder afzonderlijk domein een voldoende te halen. De cesuur geldt voor de totale toets.
Adaptief tegenover niet-adaptief
Tijdens de RWT krijg je na ieder antwoord een nieuwe opgave die past bij het gemeten niveau. Je kunt een gegeven antwoord niet opnieuw bekijken of aanpassen. Bij de LKT bepaalt jouw antwoord niet de moeilijkheid van de volgende vraag. Binnen een toetsonderdeel kun je tussen de secties navigeren, vragen markeren en later teruggaan. Zodra je een toetsonderdeel definitief afsluit, kun je daar niet meer naar terug.
Gebruik dat verschil strategisch
- Beantwoord eerst de vragen waarbij je de aanpak herkent.
- Markeer een lastige vraag wanneer je te veel tijd verliest.
- Reserveer tijd voor gemarkeerde en onbeantwoorde vragen.
- Controleer vóór het afsluiten van het eerste toetsonderdeel of je echt klaar bent.
- Houd voldoende tijd over voor het onderdeel met rekenmachine.
Hoeveel tijd heb je gemiddeld per vraag?
Voor de RWT heb je 120 minuten voor 55 vragen. Voor de LKT heb je 180 minuten voor 66 vragen. Dat is gemiddeld ongeveer 2 minuten en 44 seconden per vraag. Sommige vragen beantwoord je veel sneller. Andere vragen bevatten een leerlinguitwerking, context, tabel of afbeelding en vragen meer leestijd. Oefen daarom niet met een vast aantal minuten voor iedere losse vraag. Leer vooral herkennen wanneer je moet doorgaan en later terugkomen.
Hoe vaak mag je de RWT en LKT maken?
Voor de start van je eerste pabojaar mag je één keer deelnemen aan de RWT. Hoeveel kansen je daarna per studiejaar krijgt, staat in de onderwijs- en examenregeling van jouw hogeschool. Voor de LKT zijn de regels landelijk vastgelegd. Je mag per studiejaar maximaal twee keer deelnemen. Een niet-gebruikte deelname kun je niet meenemen naar een volgend studiejaar. Let goed op de inschrijfprocedure. Bij zowel de RWT als de LKT geldt een aanmelding als toetsdeelname, ook wanneer je uiteindelijk niet verschijnt.
Zo verander je jouw voorbereiding van RWT naar LKT
De voorbereiding op de LKT bestaat uit drie duidelijke stappen.
Stap 1 – Controleer je RWT-basis
Begin met een korte nulmeting. Controleer of je nog vlot kunt werken met:
- basisbewerkingen;
- breuken, procenten, verhoudingen en decimalen;
- het metriek stelsel;
- schaal, omtrek, oppervlakte en inhoud;
- grafieken en tabellen;
- schatten en controleren.
Zitten hier grote hiaten? Herstel die dan eerst.
Nieuwe LKT-theorie leren is lastig wanneer je tijdens iedere opgave nog moet zoeken naar de basisbewerking.
Stap 2 – Leer de aanvullende vakinhoud en vakdidactiek
Werk vervolgens per LKT-domein. Leer niet alleen een formule of antwoord, maar stel steeds drie vragen:
- Kan ik dit zelf correct uitrekenen?
- Begrijp ik waarom deze aanpak werkt?
- Kan ik een strategie of fout van een leerling herkennen en beoordelen?
Juist die derde vraag maakt de LKT anders dan de RWT.
Stap 3 – Oefen met de echte toetsvorm
Maak eerst gerichte opgaven per domein en stap daarna over op gemengde sets. Sluit je voorbereiding af met complete oefentoetsen van 66 vragen binnen drie uur. Analyseer na iedere oefentoets:
- welke vakinhoud nog ontbreekt;
- welke didactische begrippen je verwart;
- bij welke vragen je te veel tijd verliest;
- welke fouten ontstaan door lezen of invoeren;
- of je tijdverdeling tussen de twee toetsonderdelen werkt.
Ga pas door naar een volgende oefentoets nadat je de belangrijkste fouten hebt bestudeerd en vergelijkbare opgaven opnieuw hebt geoefend.
Tip van Barbara
"Ga bij de LKT niet automatisch verder waar je bij de RWT bent gestopt. Controleer eerst of je rekenbasis nog stevig is. Voeg daarna bewust de vakdidactische laag toe."
Vraag bij iedere oefenopgave niet alleen: wat is het antwoord? Vraag ook: welke rekenkennis wordt hier getoetst, welke strategie wordt gebruikt en hoe zou ik een fout van een leerling verklaren? Dan oefen je zoals de LKT van je vraagt.
Begin met plannen zodra je toetsdatum bekend is
De nieuwe landelijke toetsdata geven je houvast, maar je planning begint pas echt wanneer je weet welk moment jouw hogeschool aanbiedt en wanneer jij staat ingeschreven. Controleer daarom:
- Welke afnamedatum jouw pabo gebruikt.
- Wanneer de inschrijving sluit.
- Hoeveel volledige studieweken je nog hebt.
- Welke domeinen bij jou de meeste aandacht vragen.
- Welk studieplan past bij jouw beschikbare tijd.
- Heb je ongeveer drie maanden? Kies dan voor een rustige, brede opbouw.
- Heb je nog zes weken? Werk compacter en begin direct met een nulmeting.
- Is er minder tijd? Controleer eerst eerlijk of je basis sterk genoeg is of dat een later toetsmoment verstandiger is.
Veelgestelde vragen over het verschil tussen RWT en LKT
Klaar voor de stap van RWT naar LKT?
De RWT vormt een belangrijke basis, maar de LKT vraagt om een andere manier van leren. Je moet niet alleen correct kunnen rekenen. Je moet de reken-wiskundige inhoud begrijpen, verbanden leggen en kunnen nadenken over strategieën en oplossingen van leerlingen. Begin daarom met het controleren van je RWT-basis. Leer vervolgens de aanvullende LKT-theorie en vakdidactiek. Sluit af met volledige oefentoetsen en een grondige foutenanalyse.
Wil je gestructureerd toewerken naar jouw toetsdatum? Kies het gratis LKT Studie-Werk-Plan voor drie maanden of het compacte plan voor zes weken.
Bekijk daarnaast het LKT Theorie- en Werkboek, het Oefentoetsenboek en de e-learning.
Bronnen:
- Cito, Handreiking Landelijke reken- en wiskundetoets voor de pabo (RWT), versie 3.1, augustus 2026.
- 10voordeleraar, Toetsgids lerarenopleiding basisonderwijs Wiskunde 2026–2027.
- 10voordeleraar, Kalender landelijke kennistoetsen lerarenopleidingen 2026–2027.
Auteurs:
Barbara Tappermann, Rekenexpert LKT en RWT
Julia Tappermann, Rekenexpert LKT en RWT















