Pabo Rekentoets: RWT en LKT uitgelegd
Tijdens de Pabo krijg je op verschillende momenten te maken met landelijke toetsen voor rekenen en wiskunde. In het eerste studiejaar staat de RWT centraal: de Landelijke reken- en wiskundetoets voor de pabo. Later in de opleiding krijg je te maken met de LKT Wiskunde, waarin naast vakinhoud ook vakdidactische kennis belangrijk is. Op deze pagina lees je hoe deze rekentoetsen binnen de Pabo samenhangen, waarom ze onderdeel zijn van de opleiding en waar studenten in de praktijk vaak tegenaan lopen.

Waarom zijn rekentoetsen onderdeel van de Pabo?
Als toekomstige leerkracht moet je niet alleen zelf voldoende vaardig zijn in rekenen en wiskunde, maar de leerstof later ook kunnen begrijpen en onderwijzen. De RWT meet of je rekenbasis voldoende is om het vak rekenen-wiskunde op de pabo goed te kunnen volgen. Later toetst de LKT Wiskunde bredere vakinhoudelijke en vakdidactische kennis. Zo hebben beide toetsen een andere functie binnen dezelfde opleiding.
Welke rekentoetsen krijg je op de Pabo?
In het eerste studiejaar krijg je te maken met de RWT. Bij deze toets staat je eigen rekenvaardigheid centraal. Later in de opleiding, meestal in het derde studiejaar, volgt de LKT Wiskunde. Daar gaat het naast vakinhoud ook om kennis van reken-wiskundedidactiek. Wil je precies weten wat er verandert wanneer je van RWT naar LKT gaat? Bekijk dan onze aparte vergelijking “Van RWT naar LKT”.

Waar lopen Pabo-studenten vaak tegenaan?
De RWT en LKT kunnen allebei lastig zijn, maar vaak om verschillende redenen. Bij de RWT zien we vooral problemen met weggezakte basisvaardigheden, automatisering, tempo, onzekerheid en het kiezen van een passende rekenstrategie. Bij de LKT verschuift het knelpunt vaker naar de hoeveelheid vakinhoud, precieze begripskennis en het combineren van rekenen met vakdidactiek. Meer opgaven maken helpt vooral wanneer je ook begrijpt waarom een antwoord fout ging.
Hoe ervaren studenten de RWT en LKT?
In vragen van studenten en tijdens de voorbereiding merken we dat de toetsen op een andere manier spanning kunnen geven. Bij de RWT gaat het vaak om tempo, zekerheid en de vraag of de rekenbasis sterk genoeg is. Bij de LKT komen vakinhoudelijke kennis en rekenvaardigheid samen. Studenten vinden het daarom prettig om vooraf te weten welke onderdelen ze kunnen verwachten en waar ze extra aandacht aan kunnen besteden.

Hoe worden RWT en LKT beoordeeld?
Bij de RWT krijg je na afloop een vaardigheidsscore. Bij de LKT wordt de cesuur na de afname vastgesteld en wordt je score vertaald naar een cijfer. Wil je precies weten hoe de beoordeling werkt? Bekijk dan de informatie over de RWT of LKT.


Wat als je een Pabo-rekentoets niet haalt?
Een onvoldoende voor een Pabo-rekentoets betekent niet direct dat je opleiding stopt. Bij de RWT kun je meestal opnieuw deelnemen aan een volgende afname. Ook voor de LKT zijn er meerdere afnamemomenten. Gebruik een herkansing om gericht te kijken naar de onderdelen die nog extra aandacht nodig hebben en bereid je daarop voor.
Hoe bereid je je voor?
Begin op tijd en oefen gericht met de onderdelen die je nog lastig vindt. Voor de RWT ligt de nadruk op rekenvaardigheid, strategie, tempo en gericht oefenen met opgaven. Voor de LKT heb je daarnaast vakinhoudelijke en vakdidactische kennis nodig. Kies daarom de voorbereiding die past bij jouw toets.












